 |
Civil society is in de laatste vijftien jaar in het brandpunt van de aandacht gekomen van politici, beleidsmakers en sociale wetenschappers. De sfeer van vrijwillige associaties naast de markt en de staat (verenigingen, pressiegroepen, sociale bewegingen, kerken, soms ook informele netwerken, familierelaties en de non-profitsector), wordt inmiddels gezien als een essentieel onderdeel van de samenleving.
De verwachtingen zijn hooggespannen: maatschappelijke zelfregulering, de overdracht van waarden en normen, collectieve wilsvorming, het bieden van tegenwicht tegen de overheid en het fungeren als intermediair tussen burgers en politiek – het wordt allemaal opgehangen aan de civil society.
De overheid, die zichzelf ‘overbelast’ vindt, ziet een uitgelezen kans om taken (terug) te geven aan de burger. Actiegroepen en NGO’s zien juist een kans om als representant van de civil society de overheid aan te spreken op haar verantwoordelijkheid, ook internationaal (de global civil society).
In dit boek wordt dit debat helder en overzichtelijk in kaart gebracht door een keur van sociale wetenschappers, uit diverse landen en uit diverse disciplines: historisch, sociaalwijsgerig, economisch, sociologisch, antropologisch en politicologisch.
Met bijdragen van Nina Eliasoph (Los Angeles), Marlies Glasius (Amsterdam, UvA), Anton van Harskamp (Amsterdam, VU), Lesley Hustinx (Leuven), Andreas Kinneging (Leiden), Jürgen Kocka (Berlijn), Paul Lichterman (Los Angeles), Irene van Staveren (Den Haag/Nijmegen).
Govert Buijs doceert sociale en politieke filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Paul Dekker is hoofd van de onderzoeksgroep Participatie en Bestuur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar Civil society bij de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Tilburg. Marc Hooghe is hoogleraar politieke wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Jaar van uitgave: 2009 ISBN: 978-90-5260-318-6 Aantal pagina’s: 244 Prijs: € 19,90
|